Verbaasd was ik niet toen ik laatst de column van Japke-d las. Zij schreef een column over de ‘durf-te-falen-beweging’ die zij ziet verschijnen. Van deze beweging moet je bewust fouten maken en je de woede van je baas op de hals halen. Salarissen op tijd betalen, offertes binnenslepen, jaarrekeningen netjes controleren, taal- en rekenfouten uit voorstellen halen, boeven vangen en brandjes blussen.. het is allemaal vreselijk passé, zo constateert Japke-d.

Leer fouten maken tijdens een faalcursus

Fouten maken is helemaal van nu. En mocht je altijd zo’n ouderwetse, hardwerkende perfectionist zijn geweest die zo min mogelijk fouten maakte, dan kun je indien nodig zelfs op cursus om fouten te leren maken. Dat heet een ‘faalcursus’ en na het volgen daarvan schijn je de ene na de andere fout er moeiteloos uit te kunnen knallen.

Durf-te-falen-beweging

Ouderwetse perfectionist

Nou ben ik op dit gebied dus één van die ouderwetse tantes die altijd proberen zo min mogelijk fouten te maken. Sterker nog, ik heb er mijn werk van gemaakt om andermans foutjes op te sporen en te verbeteren. En toch was ik niet verbaasd.

Faalkundige

Ik heb namelijk een baas gehad die ook helemaal vóór fouten maken was. Japke-d zou hem denk ik een faalkundige noemen. Zo noemde hij zichzelf niet hoor. Hij had het gelukkig ook nooit over ‘stralend falen’, de kreet die Japke-d op Twitter tegenkwam. Nee, hij noemde het anders. Hij noemde het de twintig-procent-goed-regel.

Twintig-procent-goed-regel

De eerste keer dat ik deze regel hoorde, begreep ik het niet zo goed. Ik werkte toentertijd aan het strategisch plan van de organisatie en moest dus over een hele hoop dingen goed nadenken. Dacht ik. Ik dacht dat ik moest nadenken over waar we als organisatie heen wilden, wat we daar dan mee zouden bereiken, wat we nodig hadden om daar te komen en hoe we dat dan precies zouden aanpakken. Dat dacht ik. Maar ik bleek daar veel te ingewikkeld over te doen. “Twintig procent goed is gaan,” zei mijn baas ongeduldig.

80-20-regel

Nou had ik als doctorandus in de Communicatiewetenschappen natuurlijk al vele malen de 80-20-regel voorbij horen komen. Deze regel, ook wel het paretoprincipe genoemd, zegt dat 80% van de uitkomsten verklaard kan worden door 20% van de oorzaken. Een paar voorbeeldjes: 20% van je klanten genereren 80% van je omzet; 20% van je collega’s bepalen voor 80% de sfeer; 20% van je inspanningen leveren 80% van het resultaat op. Maar met 80% ben je er nog niet. Ik hou van 100% goed. En dus trok ik wel even een wenkbrauw op bij de opmerking “twintig procent goed is gaan”.

Je snapt het niet

“Eeeh,” reageerde ik enigszins lacherig. “Je bedoelt vast: tachtig procent goed, is gaan.” Maar nee, ik snapte het niet. Hij bedoelde echt 20% goed. Dat het plan dan nog zou stikken van de fouten, maakte niet uit. Dat konden we later nog wel oppakken. Ik vond dat raar. Het druiste tegen al mijn perfectionistische normen in.

Voorlopende visionair

Maar nu begrijp ik dus dat hij een visionair was. Een trendsetter. Een voorloper van de ‘fouten maken mag-beweging’. Ik kende die beweging toen nog niet. Nu snap ik dat ik de man totaal onderschat heb. Ik zat nog in het leertraject, begrijp ik na het lezen van de column van Japke-d.

Puntjes op de i

Ik moet helaas bekennen dat ik mijn diploma ‘stralend falen’ niet heb gehaald. Ik ben stralend gefaald (of is dat dan toch juist weer goed?). In plaats van op een faalcursus te gaan, besloot ik mijn eigen weg in te slaan. Ik richtte SterksTaaltje op en zet nu voor andere mensen de puntjes op de i om daarmee hun teksten van 80% naar 100% te brengen. Eindredactie noemen ze dat. De “honderd-procent-goed-regel” kun je dat ook wel noemen.
De baas van toen wordt vast geen klant. Tenzij hij van gedachten is veranderd; dan is hij ook van harte welkom. Maar als de ‘durf te falen-beweging’ doorzet, heb ik met mijn SterksTaaltje Tekstcheck de komende jaren in ieder geval nog werk genoeg ;-).