Taalnazi of gebrek aan modegevoel- bog SterksTaaltje

Taalnazi of gebrek aan modegevoel?

Mode. Ik ben er niet zo goed in. Als iets net in de mode komt, vind ik het meestal lelijk. Of onbelangrijk. Tegen de tijd dat het weer uit de mode raakt, denk ik: hmm… zal ik het dan toch maar eens proberen? Dat heb ik met kleding- en met interieurtrends. En misschien heb ik het ook wel met taal?

Nike Air Max en Aussies

Ik was al 17 toen ik mijn suffe C&A spijkerbroeken inruilde voor een Levis 501. Ook de andere modetrends die tijdens mijn basis- en middelbareschooltijd hoogtij vierden, liet ik onverschillig aan me voorbijgaan. Nike Air Max, L.A. Gears, hammerpants, leggings, plateauzolen... allemaal niet gehad. Ik vond het allemaal lelijk. Oké, niet allemaal: ik wilde heel graag L.A. Gears, maar die vond mijn moeder te duur.

L.A. Gears - modetrend in de 90s
De gewenste L.A. Gears - bron Consuwize.nl

Andere modetrends heb ik niet eens onthouden. Oh ja, Aussies, oftewel Australian trainingspakken. Die trend heb ik zeer bewust links laten liggen. Oef, wat vond ik díe lelijk! (Aussies blijken overigens nog steeds te bestaan, maar ’t is nooit mijn scene geworden...).

Gabbers in Aussies - bron Entoentv.nl
Gabbers in Aussies - bron Entoentv.nl

Ik en mijn ontbrekende modegevoel

Ook in de jaren ná de middelbare school heb ik geen talent voor mode weten te ontwikkelen. Mijn 501 droeg ik nog jaren nadat de bootcut-jeans zijn intrede had gedaan, en toen ik eindelijk klaar was voor die wijde pijpen, zette de rest van de wereld zijn zinnen ineens op de skinny jeans. Minstens drie jaar lang bleef ik stug mijn wijdepijpenbroeken dragen, want in een skinny voelde ik me net een wortel. Skinny jeans bleken een blijvertje, dus ik heb geluk, want je raadt het al: uiteindelijk zwichtte ik toch.

Mijn gebrek aan modegevoel geldt trouwens niet alleen voor kleding, ik heb het ook met interieurtrends. Een paar jaar terug kwam okergeel ineens opzetten als ‘mooie warme kleur voor in huis’. Sjemig, wat vond ik dát lelijk, die vieze poepkleur. Nóóit zou ik me daaraan wagen. Waarschijnlijk raakt het binnen nu en een half jaar uit de mode, want vorige maand ging ik toch overstag. Nu prijken er allemaal okergele kussens op de bank. En ik vind ze prachtig. Hét bewijs dat de trend weer bijna overgewaaid is.

Een bank vol okergele kussens
Een bank vol okergele kussens

Mode in taal

Ook de Nederlandse taal is aan verandering onderhevig. Laat ik dat voor het gemak ook maar mode noemen. Ieder jaar raken er nieuwe woorden in de mode. Die worden dan aan De Dikke van Dale toegevoegd. Andere woorden raken uit de mode en worden geschrapt. Taalregels die al sinds jaar en dag bestaan, hebben het zwaar. ‘De jeugd’ neemt het er niet zo nauw mee. Op social media zijn zinnen over me schatje, me moeder en me BFF bepaald geen zeldzaamheid. D’s en t’s lijken voor veel mensen steeds ingewikkelder te worden en spaties duiken op steeds raardere plekken op. Midden in woorden, welteverstaan.

De spatie maakt het verschil
Bron Spatiegebruik.nl

Ooit fout, nu goedgekeurd

Soms worden woorden zó vaak fout geschreven, of worden regels zó vaak verkeerd toegepast, dat de dat de nieuwe spelling wordt opgenomen in De Dikke van Dale en het Groene Boekje. Deze woorden waren ooit fout en worden nu officieel goed gerekend. Dat kun je natuurlijk fijn vinden, want het maakt de kans dat je iets fout schrijft een stukje kleiner. Maar voor sommige mensen is dit een doorn in het oog.

Het Groene boekje gaat met de mode mee
Het Groene boekje gaat met de mode mee

Weerstand tegen taalmode

Taalpuristen, ook wel vriendelijk taalnazi’s genoemd, zien veranderingen als verloedering van de Nederlandse taal. Ik noem ze overigens liever een groepje Galliërs dat dapper weerstand biedt. Zij willen het liefst dat alle – soms best ingewikkelde – grammaticaregels gehandhaafd worden. Zo was het, zo is het en zo zal het zijn. Sommige Galliërs stellen zich daarbij inderdaad als een taalnazi op: ze wijzen streng op iedere verkeerd geplaatste d of t. Tja, daar maak je geen vrienden mee (tenzij je eindredacteur of corrector bent zoals ik, dan word je er zelfs voor betaald, joepie!)

Dappere Galliërs die weerstand bieden
Dappere Galliërs - bron Kidsweek.nl

Liever taalridder dan taalnazi?

Andere mensen zetten het vriendelijker in. Zo straft Taalvoutjes elke taalfout genadeloos af, maar wel op hilarische wijze. En Signalering Onjuist Spatiegebruik toont aan dat de spatie vaak het verschil maakt. De Vereniging ter bevordering van het gebruik van het bedreigde Nederlandse woord maakt zich hard om – je raadt het al – bedreigde Nederlandse woorden te redden. Het zou toch zonde zijn als de woorden belhamel, laaienlichter, schobbejak en schavuit uit het woordenboek verdwijnen?

Bedreigde woorden
Bedreigde woorden - bron VBGBNWU

Taalfoutjes als modetrend

Zelf ben ik ook gek op taalfoutjes, ik geef het toe. Ik schreef ooit een blog over een spelfout in RTL Late Night, en uit de reacties bleek dat veel mensen die liefde delen. Ik deel dan ook graag spelfoutjes en woordgrapjes via mijn Facebook- en Instagramaccount. Soms worden ze zelfs opgepikt door Taalvoutjes!

Gespot door SterksTaaltje, gepost door Taalvoutjes
Gespot door SterksTaaltje, gepost door Taalvoutjes

En nee, ik zie mezelf zéker niet als taalnazi. Ook niet als taalridder trouwens. Ik vind taalfoutjes vooral grappig. Behalve als ik ze in een officiële uiting zie. Op een website, in een brochure of in de advertentie van een bedrijf. Alleen dan zeg ik er wat van. Maar zoals gezegd: dat is mijn werk.

Zie ik op social media in de reactie ‘me moeder, me mattie en me schattie’ voorbijkomen? Dan hou ik wijselijk mijn mond. Ik zie het maar als modetrend: ik vind het nu écht lelijk en stom, maar wie weet wen ik er ooit aan!

 


Te veel uitroeptekens staat gelijk aan schreeuwen

Hoe leestekens jouw persoonlijkheid weerspiegelen

Het onvolprezen Taalvoutjes plaatste deze week een leuke poll op hun Facebook-account. De vraag was wat je ergerlijker vindt: een tekst met te veel of juist te weinig leestekens. Een enorme hoeveelheid mensen blijkt zich te ergeren aan een tekst met te weinig leestekens. Natuurlijk zegt dat wat over de mensen die reageren op de poll. Maar in mijn ogen zegt het gebruik van leestekens ook heel veel over de schrijver.

Afbeelding van Taalvoutjes poll_liever te veel of te weinig leestekens

Tekst zonder leestekens geeft ademnood

Eerlijk is eerlijk: het voorbeeld is vrij extreem. In de voorbeeldtekst is geen punt of komma te bekennen en hij bulkt ook nog eens van de spelfouten. Om deze tekst te begrijpen moet je je er flink op concentreren. Gezien de spelfouten haak ik al in de eerste zin af; concentreren is voor mij onmogelijk. Dappere doorlezers raken waarschijnlijk al snel buiten adem, want de tekst bevat geen enkele adempauze in de vorm van een punt of komma. Veel van de poll-deelnemers klagen inderdaad dat ze het Spaans benauwd krijgen bij het lezen van deze tekst.

Afbeelding van benauwd persoon - Geen leestekens zorgen voor ademnood

Schreeuwerige uitroeptekens

De tekst met te veel leestekens is ook niet vrij van fouten (verkoopt hij nou DIY-gehaakte huispakken?) maar in ieder geval te begrijpen. Ja, de uitroeptekens zijn schreeuwerig. Nee, het leest niet fijn. Maar ik snap wel wat hij wil zeggen. De boodschap komt over, en dat is toch wel het minimale dat een tekst moet bereiken.

Hoewel de uitroepteken-haters dus zwaar in de minderheid zijn, is dit nog geen vrijbrief om vanaf nu overal uitroeptekens toe te voegen aan je teksten. Pas daarmee op!!! Veel copywriters en websites waarschuwen voor het gebruiken van uitroeptekens. Uitroeptekens staan volgens deze bronnen gelijk aan schreeuwen. NET ALS HOOFDLETTERS. En dat doe je niet in een tekst! Want dat doe je ook niet als je tegen iemand praat!

Afijn, je snapt het punt. Zo niet, lees dan nog even dit artikel van Aartjan van Erkel of ontdek wat de Britse overheid tegen het uitroepteken heeft.

Afbeelding - schreeuwen wordt meestal niet als fijn ervaren

Leestekens weerspiegelen je persoonlijkheid

Ik denk daar zelf iets genuanceerder over. Als iemand drie uitroeptekens achter zijn woorden zet, voelt dat voor mij inderdaad als schreeuwen. In een geschreven tekst voelt dat raar!!! (zie je wel?).

Maar af en toe een uitroeptekentje vind ik zelf niet storend. Sterker nog, ik vind het wel leuk. Het straalt enthousiasme uit, vrolijkheid, betrokkenheid bij het onderwerp. Je snapt het al, ik plaats zelf regelmatig een uitroeptekentje achter mijn zinnen!

Dat gaat soms bijna automatisch. Bij websiteteksten die ik schrijf voor mijn klanten, schrap ik voor het aanleveren, bij het nalezen van de tekst, altijd nog een paar uitroeptekens waarmee ik in mijn enthousiasme iets te gul heb gestrooid.

Een uitroepteken straalt enthousiasme uit

Maar op mijn eigen website laat ik ze lekker staan. Ze passen bij mij. Ze laten je mijn persoonlijkheid zien, zonder dat je mij persoonlijk kent. Dat is in mijn ogen een belangrijk kenmerk van een goede tekst: hij moet duidelijk maken wie de afzender is. Je klant wil zaken doen met jou en wil je via je tekst beter leren kennen.

Heb je bij het lezen van mijn tekst over copywriting het idee dat ik tegen je schreeuw? Dan bied ik je bij deze mijn excuses aan. Maar dan ben ik misschien ook niet de juiste copywriter voor jou. Want hoewel ik ervan overtuigd ben dat ik ook voor jou goede teksten kan schrijven (zónder uitroeptekens), wil ik ook graag dat onze persoonlijkheden klikken.

Vind je mijn uitroeptekens te schreeuwerig, dan matchen we wellicht niet zo goed met elkaar. Word je vrolijk als je mijn teksten leest? Klik!

Een gebrek aan leestekens straalt slordigheid uit

Ook door weinig leestekens te gebruiken toon je iemand een glimp van je persoonlijkheid. Geen uitroepteken te zien? Vast een rustig, wellicht wat introvert persoon. Misschien ook vrij zakelijk? Het hoeft zeker niet negatief te zijn, begrijp me niet verkeerd. Alles is goed, als het maar bij je past. Als je een copywriter inschakelt voor je teksten, is het vooral van belang dat hij of zij met jóuw stem vertelt. De tone-of-voice van je tekst moet aansluiten bij jou of je bedrijf.

Het wordt echter anders als er té weinig leestekens in de tekst staan. Zonder punten en komma’s wordt een tekst één lange brij die niemand wil lezen. Dan straal je geen rust uit, maar lijk je slordig en achteloos. Die tekst kon je blijkbaar niet veel schelen: die indruk kan je wekken. Dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn (misschien heb je gewoon niet zo’n goed taalgevoel of ben je dyslectisch), maar dat gevoel zullen veel mensen dan wel krijgen bij het lezen van jouw tekst. Wil je dit voorkomen, laat je teksten dan schrijven of in ieder geval nakijken door een copywriter of eindredacteur.

Shine, maar straal met mate

Afbeelding - conclusie Shine, maar straal met mateDat is wat mij betreft de belangrijkste conclusie. Te weinig leestekens gebruiken leidt bij je lezers tot ergernis en ademnood. Aan te veel leestekens storen mensen zich ook. Te veel komma’s maken je tekst onrustig, te veel punten maakt je tekst kortaf of kinderachtig en bij te veel uitroeptekens kruipen mensen bevend in een hoekje. Zoals Thijs van D. poëtisch opmerkt in een reactie op de Taalvoutjespoll: “Teveel uitroeptekens komt bij me over als een holle vaten-pleidooi van aandachtsgeile minkukels.” Daar moest ik hard om lachen, dus die spelfoutjes zie ik maar door de vingers ;-).

Ik sluit me graag aan bij taalkundige Rutger Kiezebrink, die adviseert spaarzaam te zijn met uitroeptekens: “(…) het is het enige leesteken waarmee je extra nadruk kunt leggen op een woord of een zin. Als je er te gretig mee bent, dan is het effect minder.”

Zoals ik al zei: shine, maar straal met mate.


Slechte vertalingen verleden tijd?

Google heeft het algoritme van Google Translate aangepast. De vreselijke vertalingen die tot nu toe geregeld uit de pen van Google Translate kwamen rollen, schijnen verleden tijd te zijn geworden. Werktechnisch gezien is dit natuurlijk goed nieuws. Ik schrijf veel Engelse teksten en aangezien ik een geboren en getogen Hollander ben, maak ik af en toe dankbaar gebruik van mijn trouwe vertaalvriend. Hij kraamt soms de grootste onzin uit en ik vertrouw hem dus lang niet altijd. Maar hij is wel altijd bereid te helpen, 24 uur per dag. En hij is nu dus verbeterd.

Verbeterd algoritme Google Translate

Eerst maar eens kijken of het echt waar is: komen er echt betere vertalingen uit de Google vertaalmachine rollen? Ik nam de proef op de som en vertaalde een korte samenvatting van deze blog.

Vertaling in nieuw algoritme Google Translate

Het is jammer dat ik de tekst niet meer even in het oude systeem kan zetten. Maar ook zonder 1-op-1 vergelijking is het meteen duidelijk: het niveau is flink omhoog gegaan. Perfect is het zeker nog niet: Google bestempelt zijn eigen nieuwe algoritme meteen als verleden tijd en vindt dat nog goed nieuws ook ;-). En wat mij betreft geeft Google zichzelf ook iets te veel eer als het zegt dat het hilarische vertalingen elimineert…

Wat er nog mis gaat en waarom het ook onwaarschijnlijk is dat een vertaalmachine ooit perfect zal werken, verklaart Antal van den Bosch, hoogleraar Taal- en Spraaktechnologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, in deze video.

Uit met de onzin?

Zoals gezegd, natuurlijk is het fijn dat Google Translate minder onzin gaat verkopen. Maar stiekem is het ook wel jammer. Want met de onzinvertalingen verdwijnen op termijn dan misschien ook de vertaalpareltjes op internationale websites. Zoals op Homeaway, mijn persoonlijke favoriet op het gebied van vertalingen. Als Google Translate beter wordt, verliest deze website voor mij en andere taalliefhebbers toch een deel van zijn glans.

Haat-liefde met Homeaway

Het zoeken van vakantiehuizen vind ik stiekem vreselijk. Natuurlijk, je ziet de prachtigste huizen en het hoort eigenlijk een groot deel van de voorpret van je vakantie te zijn. Maar wij en onze vakantievrienden hebben nogal wat eisen aan zo’n huis, waar we met 9 man in moeten passen. En dus is op elk huis wel wat aan te merken. Zwembad te klein, te weinig speelruimte in de tuin, geen wasmachine, te duur, geen wifi, ranzige keuken, saaie omgeving. U hoort het al, niks is goed genoeg voor deze luxepaarden. En als we dan het perfecte huis zien, is het in 9 van de 10 gevallen niet beschikbaar. Terwijl de website zegt van wel. Zucht.

Vertaalfaal - diashow met vertaalpareltjes op HomeawayMaar er is ook een belangrijk lichtpuntje aan het snuffelen op die huizensites: de teksten. Wij zoeken meestal naar huizen in Zuid-Europa: Spanje, Frankrijk, Portugal. Die huizen worden natuurlijk vaak door Spanjaarden, Fransen en Portugezen aangeboden. En ik geloof echt dat die huiseigenaren hartstikke hun best doen om een mooie tekst te schrijven die hun huis de hemel in prijst. Maar het venijn zit in de staart: de vertaling. In plaats van geld te investeren in een vertaalbureau, is het vrij duidelijk dat de meeste huiseigenaren kiezen voor een gratis vertaling met Google Translate.

Hyper centrum in vrede met terras

En daar komt mijn liefde voor Homeaway om de hoek kijken. Want perfect zijn hun vertalingen dus niet, maar poëtisch af en toe wel. Een uurtje speuren levert ware vertaalpareltjes op. Wie wil er nu niet in een huis bivakkeren dat op de bodem van een zeer grote tuin ligt? Of in een huis met 3 slaapkamers en een hyper centrum in vrede met terras? Ook een huis met geïntegreerde charme klinkt mij echt superaanlokkelijk in de oren. Jammer dat dat alleen op donderdag is…

Soms doet een huis ineens mysterieus of zelfs eng aan. Wat dacht je van een huis dat kan ontsnappen met familie, een huis op een rustige locatie maar dicht, of een huis met vrij uitzicht op de typische Provençaalse dorpje toetsenborden?

In onderstaande diashow laat ik de mooiste vertaalpareltjes van Homeaway zien. Maar er is nog veel meer. Als je van taalvoutjes houdt, raad ik je van harte aan om ook lekker een uurtje rond te surfen. Doe je misschien meteen inspiratie op voor je volgende vakantie. En kom je een beauty van een vertaalfaal tegen die absoluut niet in dit rijtje mag ontbreken? Dan zou ik het leuk vinden als je hem in de reacties plaatst!

Nog meer Google Translate pareltjes

Homeaway is dus mijn favoriet als het gaat om hilarische vertaalbloopers. Maar ook YouTube is een grote bron van komische bewijzen van het nog niet perfecte algoritme van Google Translate. Bekijk de video van Adele’s Hello maar eens. Het wereldberoemde Titanic-nummer My Heart will go on krijgt ook ineens een andere lading als de tekst een Translate-sausje krijgt (en je de hilarische bekken ziet die de zangeres trekt…). En dat het filmpje van Jimmy Fallon en Anne Hathaway die Google Translate Songs zingen al meer dan 5 miljoen keer bekeken is, is ook niet voor niks.

Vrees niet. Voorlopig droogt deze stroom aan filmpjes vast niet op. Naast de Nederlands-Engelse en de Engels-Nederlandse vertalingen verbeterde Google zijn vertalingen voor nog 24 andere talen. De rest moet nog even wachten. Er blijft dus genoeg te lachen over!


Lesje Trump voor kinderen

Hoe leg je de situatie in de wereld uit aan je kinderen? Dat vind ik soms best lastig. Gelukkig kijken ze op school naar het Jeugdjournaal. En de oudere kinderen krijgen Nieuwsbegrip, waarbij iedere week een belangrijk onderwerp wordt uitgelicht voor kinderen. Gekoppeld aan een strategie om goed begrijpend te leren lezen, dus dubbel leerzaam.

Wazige achtergronden bij het nieuws

Daar ben ik blij mee, want ik moet toegeven dat ik het nieuws zelf slecht volg. En politiek geëngageerd zou ik mezelf nou ook niet direct noemen. Iets met klokken en klepels, de achtergronden bij het nieuws blijven bij mij vaak vrij wazig. Ja, daar voel ik me soms best schuldig over. Wat dommig ook. Maar in alle drukte die het runnen van een eigen bedrijf en het runnen van een vijfkoppig gezin met zich meebrengt, vrees ik dat het nieuws er vaak als eerste bij inschiet.

Wazige achtergronden bij het nieuws

Daar ben ik blij mee, want ik moet toegeven dat ik het nieuws zelf slecht volg. En politiek geëngageerd zou ik mezelf nou ook niet direct noemen. Iets met klokken en klepels, de achtergronden bij het nieuws blijven bij mij vaak vrij wazig. Ja, daar voel ik me soms best schuldig over. Wat dommig ook. Maar in alle drukte die het runnen van een eigen bedrijf en het runnen van een vijfkoppig gezin met zich meebrengt, vrees ik dat het nieuws er vaak als eerste bij inschiet.

Kinderboeken bieden uitkomst

Nu heb ik echter ontdekt dat er hulp uit onverwachte hoek komt! In kinderboeken blijken namelijk hele rake schetsen van politieke figuren te staan. De eerste keer dat mij dat ter ore kwam (of eigenlijk ter oge, ik las het namelijk op Facebook), ging het over het boek Abeltje van Annie M.G. Schmidt. Arnd Wolvetang schreef hier een Ikje in het NRC over. Het boek is nota bene in 1953 geschreven, maar luister en huiver:

Ik@NRC.nl

“In 1953 schreef Annie M.G. Schmidt de kinderroman Abeltje, waarin de hoofdpersoon met zijn lift in Amerika terechtkomt. Ook een mottenballen verkopende handelaar reist mee. Op een gegeven moment wordt deze man op dubieuze gronden (zijn mottenballen zouden genezende krachten hebben) tot president verkozen. Hij verknalt echter alles doordat hij het volk niet begrijpt. Hij maakt zich zeer ongeliefd en wordt uiteindelijk door het volk afgezet. Zijn naam: de heer Tump.”

Ik was er even stil van. Die Annie! Kon ze in de toekomst kijken? Arnd voegde er nog aan toe: “Misschien had Annie M.G. Schmidt wel voorspellende gaven”.

Echt, ik hoop het niet. Ik hoop met heel mijn hart dat de heer Trump er niet zo’n bende van gaat maken als de heer Tump. Ik moet er niet aan denken. Ik hoop dat hij na al die harde woorden en de eerste harde daden heel snel wat rustiger en beheerster wordt. Dat hij vindt dat hij heeft laten zien dat hij niet alleen maar ferm kan praten, maar ook ferm kan handelen. Dat hij beseft dat “America first” best mag, maar dat dat niet hoeft niet te betekenen dat de rest van de wereld “last” wordt. Dat er een gulden middenweg is, waar ruimte is voor iedereen. Ik hoop het echt…

Lesje over Trump_SterksTaaltje blog

Karlsson van het dak

Naast Abeltje blijkt er nog een ander kinderboek te zijn waarin een op Trump lijkende hoofdrolspeler schittert. Afgelopen zaterdag las ik een artikel van Sterre Lindhout in de Volkskrant’s Sir Edmund. Zij stipte aan dat er vele boeken zijn waarvan wordt beweerd dat ze Trump op messianistische wijze hebben voorspeld. Haar favoriete voorafspiegeling van Trump komt uit het boek Karlsson van het dak, geschreven in 1959 door Astrid Lindgren. Karlsson van het dak is een mannetje met een propeller op zijn rug, dat onophoudelijk roept dat hij ‘de beste Karlsson van de wereld’ is. Klinkt dat herkenbaar? En er is nog een gelijkenis, ontdekte Sterre Lindhout. Zo woont Karlsson op het dak omdat hij dan hoger woont dan alle andere mensen. Trump bouwde daar zijn eigen Trump Tower voor. En dan nog wat: alles wat Karlsson aanpakte was in feite gedoemd te mislukken, maar daar wist hij zichzelf steeds weer uit te liegen. Nee, dat zeg ik verkeerd, hij wist daar steeds ‘alternative facts’ over te vertellen. En het jongetje Erik, dat zo graag vrienden met Karlsson wilde zijn, wilde dat omdat er verder niemand naar hem luisterde.

Karlsson van het dak_SterksTaaltje blog

I rest my case. Ook dit boek zal ik binnenkort aan mijn kinderen gaan voorlezen. Al was het maar omdat ik dit boek zelf in mijn jeugd heb overgeslagen en ik nu toch wel erg benieuwd ben hoe het af zal lopen met Trump – eh, ik bedoel Karlsson.

Trump Tower vs Karlsson op het dak

Zijn er meer kinderboeken die ons politieke lessen leren?

Ja, die zijn er zeker. Heb je Niemand houdt mij tegen van Evert Hartman gelezen? Dan zul je beamen dat heel wat van zijn voorspelde nieuwe technologieën, die bij het verschijnen van het boek nog een ver-van-mijn-bedshow leken, inmiddels ontwikkeld of in ontwikkeling zijn. Laten we hopen dat het daarbij blijft. In het boek, dat zich afspeelt in de 22ste eeuw, is Nederland half overstroomd. Als gevolg van een zeer snelle stijging van de zeespiegel zijn Breda, Utrecht, Hilversum en Zwolle kustplaatsen geworden. Alles ten westen daarvan is verzwolgen door de zee. En dat ondanks de verhoging van de dijken en de versterking van de waterkeringen.
Ik hoop dat het fictie blijft. Maar het helpt vast niet dat een van de machtigste mannen op deze aarde ontkent dat er een klimaatprobleem is …

Vrouwen aan de macht

Een ander kinderboek met een politieke moraal, of in ieder geval een politieke waarschuwing, is de Kinderen van Moeder Aarde-trilogie van Thea Beckman. Deze beschrijft de wereld na de Derde Wereldoorlog, een verschrikkelijke kernoorlog die de aarde deed kantelen, met verplaatste polen, een totaal veranderd klimaat en een bijna uitgeroeide mensheid tot gevolg. In het nieuwe Groenland, dat nu Thule heet en een heerlijk zacht klimaat heeft, heersen de vrouwen. Mannen hebben vrijwel niks in te brengen. De geschiedenis heeft immers geleerd dat zij niet met macht kunnen omgaan…

Ik hoop wederom dat de schrijfster geen gelijk krijgt. Maar ook hier denk ik: het zijn nou niet bepaald de meest vredelievende mensen die nu aan de macht zijn. Het zijn geen poezelige handjes die bij de rode knoppen kunnen… Laat ook deze kinderboeken alsjeblieft fictie blijven.

Op de voorleeslijst

De krant van deze week kopt groot over misbruik op de sportclub en uit de hand gelopen vertrekregelingen bij de Belastingdienst. Daar heb ik nog geen bijpassende kinderboeken bij kunnen ontdekken. Hopelijk lukt dat ook niet, die zouden respectievelijk te walgelijk en te saai zijn. Maar die lesjes Trump zal ik mijn kinderen binnenkort eens lekker gaan voorlezen.

Zijn er nog meer kinderboeken die ik absoluut aan de voorleeslijst moet toevoegen? Kinderboeken die afspiegelingen lijken te zijn van de huidige maatschappij en de machthebbers daarin? Bij voorkeur boeken met een lang en gelukkig einde. Gewoon omdat ik daar zelf zo graag in wil geloven…

Tips zijn welkom! Zet je ze in een reactie?


Nare reacties op social media_ik hou er niet van

Meng ik me in de discussie?

Twijfel. Continue twijfel. Zal ik me nou in deze discussie mengen of niet? Dat vraag ik me bijna dagelijks af bij de gemiddelde Facebook-post die ik voorbij zie komen in mijn tijdlijn. Of het nu gaat over vluchtelingen, Sylvana Simons, bezuinigingen in de zorg of het onderwijs, een willekeurige strafzaak of een jolig nieuwsbericht over Obama die een wulpse tango danst met een Argentijnse danseres.

Uitgesproken meningen

Eigenlijk is het niet zozeer het nieuwsbericht zelf dat me hierover doet twijfelen. Nieuws is nieuws, al hebben de media ook regelmatig de neiging het nieuws enigszins naar hun hand te zetten. Nee, het zijn de reacties die heftige twijfel bij mij oproepen. Want of het onderwerp nu zwaar is of licht, er blijken altijd hele volksstammen mensen te zijn die daar een uitgesproken mening over hebben. Hele volksstammen mensen die vinden dat ze het recht hebben om die mening te verkondigen. Nu ben ik absoluut vóór vrijheid van meningsuiting. Maar er zijn grenzen. Want natuurlijk mag je een mening hebben. Maar om een ander nou dood te wensen omdat hij of zij een andere mening is toegedaan, dat vind ik op zijn zachtst gezegd niet zo netjes.

Communicatie voor iedereen?

Met de komst van sociale media is communicatie van iedereen geworden. Het is niet langer voorbehouden aan media, woordvoerders en communicatiemensen om nieuws, informatie en meningen te uiten. En daarmee is de nuance in communicatie naar een lager plan verdreven. Heb je een opleiding in communicatie genoten, dan heb je in les één geleerd dat er verschil is tussen zenden en ontvangen. Dat je niet moet schrijven of zeggen wat je dolgraag kwijt wil, maar wat je wil dat de ontvanger leest of hoort. Dat je goed na moet denken hoe je boodschap overkomt. Als je bij de gemiddelde Facebookpost van RTL Nieuws de reacties leest, wordt het je direct duidelijk dat de gemiddelde reactie geschreven is door iemand die deze lessen niet gehad heeft. Iemand die bij het plaatsen van zijn bericht niet heeft nagedacht over hoe zijn boodschap overkomt.

En dan slaat de ergernis toe

Dan gaat het mij dus kriebelen. Van irritatie. Van ergernis over zoveel haat en nijd. En van twijfel… zal ik het doen, of zal ik het niet doen? Werp ik me in de strijd? Of hou ik me op de vlakte? Ik wil me er dolgraag even mee bemoeien. Even laten weten wat ik van die reacties vind. Even lekker ongenuanceerd vertellen wat ik van iemand vind die zó denkt te moeten communiceren. Maar ik doe het niet. Ik moet soms op mijn tong bijten, maar ik hou me in. Omdat het er niet gezelliger op wordt. En omdat ik ook gewoon bang ben. Bang voor al die haat waar zo scheutig mee wordt gestrooid. Bang voor al die domheid, die lompheid, die woede die zo welig tiert op sociale media.

De nuance hoor  je niet

Ze zijn er wel hoor, mensen met een genuanceerde mening. Daar heeft Rob Wijnberg ooit een prachtige column in De Correspondent over geschreven. Maar zoals laatstgenoemde in zijn artikel helder aangeeft: juist de mensen met een genuanceerde mening hoor je niet. Die houden zich wat meer op de vlakte.

Ook ik heb over veel zaken wel een mening. Maar ik deel hem meestal liever niet.


Stralend falen

Verbaasd was ik niet toen ik laatst de column van Japke-d las. Zij schreef een column over de ‘durf-te-falen-beweging’ die zij ziet verschijnen. Van deze beweging moet je bewust fouten maken en je de woede van je baas op de hals halen. Salarissen op tijd betalen, offertes binnenslepen, jaarrekeningen netjes controleren, taal- en rekenfouten uit voorstellen halen, boeven vangen en brandjes blussen.. het is allemaal vreselijk passé, zo constateert Japke-d.

Leer fouten maken tijdens een faalcursus

Fouten maken is helemaal van nu. En mocht je altijd zo’n ouderwetse, hardwerkende perfectionist zijn geweest die zo min mogelijk fouten maakte, dan kun je indien nodig zelfs op cursus om fouten te leren maken. Dat heet een ‘faalcursus’ en na het volgen daarvan schijn je de ene na de andere fout er moeiteloos uit te kunnen knallen.

Durf-te-falen-beweging

Ouderwetse perfectionist

Nou ben ik op dit gebied dus één van die ouderwetse tantes die altijd proberen zo min mogelijk fouten te maken. Sterker nog, ik heb er mijn werk van gemaakt om andermans foutjes op te sporen en te verbeteren. En toch was ik niet verbaasd.

Faalkundige

Ik heb namelijk een baas gehad die ook helemaal vóór fouten maken was. Japke-d zou hem denk ik een faalkundige noemen. Zo noemde hij zichzelf niet hoor. Hij had het gelukkig ook nooit over ‘stralend falen’, de kreet die Japke-d op Twitter tegenkwam. Nee, hij noemde het anders. Hij noemde het de twintig-procent-goed-regel.

Twintig-procent-goed-regel

De eerste keer dat ik deze regel hoorde, begreep ik het niet zo goed. Ik werkte toentertijd aan het strategisch plan van de organisatie en moest dus over een hele hoop dingen goed nadenken. Dacht ik. Ik dacht dat ik moest nadenken over waar we als organisatie heen wilden, wat we daar dan mee zouden bereiken, wat we nodig hadden om daar te komen en hoe we dat dan precies zouden aanpakken. Dat dacht ik. Maar ik bleek daar veel te ingewikkeld over te doen. “Twintig procent goed is gaan,” zei mijn baas ongeduldig.

80-20-regel

Nou had ik als doctorandus in de Communicatiewetenschappen natuurlijk al vele malen de 80-20-regel voorbij horen komen. Deze regel, ook wel het paretoprincipe genoemd, zegt dat 80% van de uitkomsten verklaard kan worden door 20% van de oorzaken. Een paar voorbeeldjes: 20% van je klanten genereren 80% van je omzet; 20% van je collega’s bepalen voor 80% de sfeer; 20% van je inspanningen leveren 80% van het resultaat op. Maar met 80% ben je er nog niet. Ik hou van 100% goed. En dus trok ik wel even een wenkbrauw op bij de opmerking “twintig procent goed is gaan”.

Je snapt het niet

“Eeeh,” reageerde ik enigszins lacherig. “Je bedoelt vast: tachtig procent goed, is gaan.” Maar nee, ik snapte het niet. Hij bedoelde echt 20% goed. Dat het plan dan nog zou stikken van de fouten, maakte niet uit. Dat konden we later nog wel oppakken. Ik vond dat raar. Het druiste tegen al mijn perfectionistische normen in.

Voorlopende visionair

Maar nu begrijp ik dus dat hij een visionair was. Een trendsetter. Een voorloper van de ‘fouten maken mag-beweging’. Ik kende die beweging toen nog niet. Nu snap ik dat ik de man totaal onderschat heb. Ik zat nog in het leertraject, begrijp ik na het lezen van de column van Japke-d.

Puntjes op de i

Ik moet helaas bekennen dat ik mijn diploma ‘stralend falen’ niet heb gehaald. Ik ben stralend gefaald (of is dat dan toch juist weer goed?). In plaats van op een faalcursus te gaan, besloot ik mijn eigen weg in te slaan. Ik richtte SterksTaaltje op en zet nu voor andere mensen de puntjes op de i om daarmee hun teksten van 80% naar 100% te brengen. Eindredactie noemen ze dat. De “honderd-procent-goed-regel” kun je dat ook wel noemen.
De baas van toen wordt vast geen klant. Tenzij hij van gedachten is veranderd; dan is hij ook van harte welkom. Maar als de ‘durf te falen-beweging’ doorzet, heb ik met mijn SterksTaaltje Tekstcheck de komende jaren in ieder geval nog werk genoeg ;-).


Typfouten, spelfouten, grapjes en augurken

Half november zat ik lekker onderuitgezakt op de bank naar RTL Late Night te kijken. Nog een laatste kop thee, in mijn achterhoofd het idee dat ik eigenlijk beter naar bed kon gaan. Morgen weer een drukke dag voor de boeg. Nou vooruit. Ik besloot mezelf nog even toe te staan naar Humberto’s sidekick Marieke Elsinga te kijken, voor een leuk inkijkje in het nieuws, zo net voor het slapen gaan.

De nummer 1 in Engels

Ah kijk, een nieuwsitem over taalvaardigheid. Altijd leuk voor een taalliefhebber. Marieke vertelde enthousiast over een onderzoek naar de Engelse vaardigheden van niet-Engelstalige mensen. En wat bleek? Wij Nederlanders zijn daar het beste ter wereld in! Op de “English Proficiency Index” nemen wij de eerste positie in! Trots toonde Marieke ons de index. En wat zag mijn redacteurenoog? Een dikke fout in de titel!

Proficiency versus proficieny

Pontificaal in beeld

Kijk, dat vind ik nou grappig. Dat er precies in zo’n soort nieuwsitem een fout sluipt. En dan nog in de titel ook. We zijn heel goed in Engels, maar zó goed nou ook weer niet. Want niemand in de studio zag het! Het stond pontificaal in beeld, vetgedrukt in de titel, maar niemand zei er wat van. Dat verbaasde mij, want het bleef ook nog eens heel lang in beeld staan. Zo lang, dat de oplettende kijker intussen ook kon zien dat Oostenrijk twee keer in de lijst stond. Zo lang, dat ik dacht dat Marieke het expres had gedaan. Om onze proficiency te testen.

Maar nee. Humberto en zijn tafelgenoten hielden zich stil. Verbazingwekkend. Viel Mariekes grapje nou in het water? Of zagen ze het echt niet? Ik gok toch op dat laatste, want vervolgens kwam er een vrij uitvoerige discussie op gang over de betekenis van proficiency. Als je niet weet wat het betekent is het misschien ook wel moeilijk om een spelfout te ontdekken, laten we het daar maar op houden.

Wat betekent proficiency eigenlijk?

(Even tussendoor, voor de mensen met een wat minder ontwikkelde proficiency: proficiency betekent vaardigheid of bekwaamheid. Uit het onderzoek van Education First naar de beheersing van de Engelse taal in niet-Engelstalige landen kwamen wij écht als beste naar voren. Als je op hun website gaat kijken vind je overigens ook de échte nummer 10 uit de index…)

Wij Nederlanders blijken het Engels dus zeer goed te beheersen. Dat feit blijkt hier en daar verbazing op te wekken. Voornamelijk bij onszelf. Maar ook in onze buurlanden. Oh, er zijn er vast heel veel hoor, Nederlanders die het Engels vreselijk goed masteren. Maar deze Belgische journalist ontdekte dat er ook heel wat Nederlanders zijn die Engels praten op Jip en Janneke-niveau.

Terug naar Humberto

Ik dwaal af. Sorry. Even terug naar de studio, waar de zaal zich nog steeds koest hield. De spelfout (of typfout, maar daarover later meer) stond nog steeds prominent in beeld. Dus besloot ik een foto van mijn televisiescherm te maken. Dit soort ‘taalvoutjes’ vind ik leuk om te delen via mijn socialemediakanalen. Dus snel een foto gemaakt. En op Instagram, Facebook  en LinkedIn geplaatst.

LinkedIn gebruik ik daar normaal gesproken niet voor, en nu ontdekte ik dat er op LinkedIn ook echt anders naar je updates gekeken wordt. Waar mijn bericht op Instagram een paar lieve hartjes opleverde en op Facebook een schamel aantal duimpjes en lachende smileys, bleken er op LinkedIn naast een paar ‘interessantjes’ ook meteen netwerkreacties te komen. “Leuk taalfoutje. Linken? Misschien kan ik je hulp nog wel eens gebruiken.” “Goed gevonden, zullen we linken?” “Je bericht triggerde mij. Kunnen we een keer kennismaken?”

Reacties op LinkedIn

Superleuk natuurlijk, zulke reacties, als je net gestart bent met je bedrijf. Maar ineens bleken er ook andersoortige reacties te ontstaan. Wat zurige reacties. Wat bleek? Ik had in mijn bericht gelachen om een spelfoutje, maar het was helemaal geen spelfout. Het was gewoon een typfout. Dat u het even weet. “Tja,” bromde een andere augurkenliefhebber, “dat boezemt weinig vertrouwen in, als een tekstschrijver dat niet eens weet.”

Goh. Ik verbaas me echt over dit soort reacties. Zien jullie de grap dan niet? Een typfout of een spelfout; juist in dit item zijn beide toch geinig? Maar goed, ik merk dat ik me toch geroepen voel me te verdedigen. Even uit te leggen dat ik het verschil heus wel weet. Dus daar komt-ie:

Spelfouten

Een spelfout ontstaat als je de spellingregels verkeerd toepast: als je bijvoorbeeld toepasd schrijft, met een d op het eind. Of als je schrijft: “Mijn broertje deet de deur dicht.” Of als je het hebt over een pannekoeken restaurant in plaats van over een pannenkoekenrestaurant. Allemaal voorbeelden van verkeerd toegepaste spellingregels. Als je dit soort foutjes maakt, weet je waarschijnlijk niet goed wanneer je een d of een t gebruikt. Je weet dan waarschijnlijk ook niet dat pannenkoekenrestaurant één woord is. En dat je een n te weinig in het woord pannenkoeken schreef.

Corrigeren en redigeren_SterksTaaltje garandeert je een foutloze tekst

Typfouten

Dat is dus het grote verschil met een typfout. Een paar voorbeeldjes van typfouten zijn:

  • Osn in plaats van ons
  • Communciatie in plaats van communicatie
  • Strat in plaats van straat

Bij dit soort foutjes weet je als lezer meteen dat de schrijver heus wel weet hoe het woord geschreven moet worden. Hij heeft alleen maar iets te snel of te slordig getypt. En zijn tekst niet nagelezen. Maar deze foutjes hebben niks te maken met het niet begrijpen van de spellingregels.

Verkeerd getypt of verkeerd gespeld?

Dus ja. Misschien was het woord proficieny in plaats van proficiency in RTL Late Night inderdaad een typfout. Een vergeten letter. En toch… dan had Marieke de fout zelf toch ook wel opgemerkt? Bovendien ontstond er een hoop rumoer over de betekenis van het woord. Het woord was voor iedereen nieuw, ook voor Marieke. Misschien wist ze dus gewoon niet hoe ze het precies schreef? Hee.. was het dan misschien toch een spelfout? Hoe dan ook: door de typfout in de titel was deze verkeerd gespeld in beeld te zien ;-).

Taalfouten

Om het verhaal nog even compleet te maken, wil ik toch ook nog even het begrip ‘taalfout’ aanstippen. Jazeker, naast typfouten en spelfouten kun je ook nog taalfouten maken. Je praat bijvoorbeeld over een taalfout als iemand een zin verkeerd opbouwt of een woord verkeerd gebruikt. Bijvoorbeeld: “Het jongetje die de deur dichtdeed, is me broertje.” Het moet ‘het jongetje dat..’ zijn, en uiteraard ‘mijn’ broertje. Ander voorbeeld: ‘Het aantal verkeersongelukken zijn licht gedaald.’ Dit moet zijn: ‘Het aantal verkeersongelukken is licht gedaald’. Of: ‘Ze rent, want anders ze komt te laat.’ Verkeerde woordvolgorde.

Taalnazi

Ach ja. De Nederlandse taal is nog niet zo makkelijk, dus een foutje is zo gemaakt. Behalve voor ‘me broertje’ ben ik niet zwaar allergisch voor spelfoutjes. Ik ben geen taalnazi, ik wijs mensen niet op spelfouten (of taal- of typfouten) als ze privé iets op Facebook zetten. Wel als ze fouten maken in hun zakelijke, commerciële teksten. En dan nog alleen als ze mij ernaar vragen. Of als ik zakelijke kansen ruik ;-).

Hou je van augurken…?

Het foutje van Marieke stoorde mij dus niet. Ik vond het alleen maar heel erg grappig, dit foutje in juist dit item. Als je de humor hier niet van inziet, moet je de pot augurken misschien toch maar wat vaker laten staan. Hou je daarvoor te veel van augurken, dan nodig ik je van harte uit om deze tekst goed door te pluizen en er een taal-, typ- of spelfout uit te halen. Je mag ze naar me mailen, dan zal ik het aanpassen.

… of toch meer van grapjes?

Vond jij dit foutje net zo lollig als ik? Dan nodig ik je uit om samen met mij je ogen open te houden voor nog meer sterke staaltjes taal-, typ- en spelfouten. Als je ze naar me mailt, deel ik ze via mijn Instagram-, Facebook- of Twitteraccount.